Sociaal leenstelsel vervangt studiefinanciering

Het sociaal leenstelsel vervangt sinds september 2015 de ‘oude’ studiefinanciering. Kregen studenten vroeger een bijdrage in de vorm van een basisbeurs, binnen het sociaal leenstelsel moeten zij hun gehele studie financieren door middel van een lening.

Voor studenten die bij de invoering van het sociaal leenstelsel al een basisbeurs hebben, verandert er niets zolang zij hun huidige studie blijven volgen.

Gevolgen sociaal leenstelsel

Nieuwe studenten hebben sinds het collegejaar 2015-2016 te maken met het sociaal leenstelsel, los van het feit of zij een master- of een bachelorstudie volgen. Omdat de gehele studie financiering dan uit een lening bestaat, wordt studeren voor uitwonende studenten zo’n 3.000 euro per jaar duurder.

Voor een gemiddelde student zal de lening voor de gehele studie ongeveer 30.000 euro bedragen. Dit bedrag moet na de studie naar draagkracht worden afgelost met maximaal 4% van het maandinkomen. De termijn waarop de schuld moet worden afgelost, is vastgesteld op 35 jaar.

Met de invoering van het sociaal leenstelsel blijft de aanvullende beurs waarschijnlijk bestaan. Op de vraag of de OV-kaart voor studenten er blijft, is nog geen duidelijk antwoord.

Sparen voor de studie

Het is altijd verstandig om al in een vroeg stadium te sparen voor de studie van uw kind(eren), bijvoorbeeld door middel van Zilvervlootsparen. Zo bouwt u aan de basis van een studiefonds om later zaken zoals collegegeld, studieboeken en eventueel kamerhuur te bekostigen. Faijdherbe, Vereijken & Van der Linde adviseert u er graag over.