DGA: pensioen in eigen beheer en nabestaandenpensioen

De meeste directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) die pensioen in eigen beheer (PEB) opbouwen, hebben hierin tevens een nabestaandenpensioen opgenomen. Maar heeft uw BV wel voldoende geld om zo’n levenslange pensioenuitkering aan uw partner uit te keren? En wat betekenen de ophanden zijnde veranderingen van de regels voor het DGA-pensioen voor het nabestaandenpensioen?

De wens om de wetgeving over pensioen in eigen beheer te veranderen, bestaat al langer. Het systeem is zowel voor de ondernemer als de fiscus ingewikkeld, omdat er verschillende grondslagen zijn waarop de aanspraken worden beoordeeld. Ook is de commerciële waarde van een pensioen meestal veel hoger is dan de fiscale waarde, waardoor het PEB voor veel dga’s inmiddels eerder een last dan een zegen is.

Staatssecretaris Wiebes van Financiën maakt er nu werk van om de regeling om te vormen. In juli 2015 heeft hij twee oplossingsrichtingen beschreven in een brief aan de Tweede Kamer: de oudedagsbestemmingsreserve (OBR) en het oudedagssparen in eigen beheer (OSE of OSEB).

Gevolgen voor nabestaandenpensioen

Omdat er in beide gevallen geen sprake is van een pensioen in de ware zin van het woord, verdwijnt met de invoering van zowel de OBR als de OSE ook het ‘nabestaandenpensioen in eigen beheer’. Wiebes voorziet binnen de OBR wel de mogelijkheid voor een nabestaandenregeling, maar de beslissing daarover zou bij de werkgever (lees: de BV) komen te liggen.

Zolang u een meerderheidsbelang heeft, speelt dit geen rol. Maar als dga met een minderheidsbelang wordt u in het geval van de OBR voor het wel of niet aanbieden van een nabestaandenpensioen afhankelijk van de aandeelhoudersvergadering.

Ook binnen de OSE zou het mogelijk moeten worden om ‘iets’ te regelen voor nabestaanden. Maar over het ‘hoe’ ervan is Wiebes vooralsnog vaag. Letterlijk schrijft hij: ‘Als de DGA voortijdig overlijdt, vindt binnen twaalf maanden na dat overlijden verplichte aanwending van de oudedagsspaarverplichting plaats ten behoeve van de partner en de kinderen (zonder leeftijdsbeperking), volgens een bepaalde verdeelsleutel.’ Wat die verdeelsleutel zal zijn, is vooralsnog onbekend.

Opgebouwde rechten

Wat er in de nieuwe situatie gaat gebeuren met de reeds opgebouwde rechten in het pensioen in eigen beheer, is nog niet hard vastgelegd. Naar verwachting kunt u ervoor kiezen om ze te bevriezen of ze in te brengen in de nieuwe constructie.

Kiest u voor het eerste, dan zal de aanspraak die uw partner op het nabestaandenpensioen kan doen flink afnemen, zeker als u relatief jong bent. Ook als u voor het tweede kiest, zijn er nadelen. In het geval van de OBR kunt u, zoals gezegd, afhankelijk zijn van de aandeelhoudersvergadering en voor de OSE is nog (te) weinig bekend.

Brengt u de opgebouwde rechten onder in de nieuwe regeling, dan verliest uw partner zijn of haar rechten op het reeds opgebouwde nabestaandenpensioen. Hiervoor moet u allebei uw handtekening zetten.

Nu vast voorsorteren

Met dit alles in gedachten is het verstandig om zowel de huidige als de gewenste situatie in kaart te brengen. Door nu vast verschillende scenario’s uit te werken, sorteert u vast voor en kunt u straks sneller de juiste beslissing nemen. Overigens zijn er ook nu al alternatieven voor het nabestaandenpensioen voorhanden. Wij rekenen het u graag voor en helpen u zo toekomstige risico’s te duiden en waar nodig te verkleinen.