De spaarrente staat laag en daarin komt naar verwachting voorlopig geen verandering. Tegelijkertijd is de aandelenmarkt weer redelijk stabiel en kunnen beleggers interessante rendementen behalen. De vraag ‘sparen of beleggen?’ is daarmee voor veel mensen weer actueel geworden.

Of u wilt sparen of beleggen hangt af van meerdere aspecten. Waar is het geld dat u wilt sparen of beleggen voor bedoeld? Hoeveel vrij vermogen heeft u beschikbaar om mee te sparen of beleggen? Bent u bereid om uw geld voor langere tijd vast te zetten? Wilt u liever veilig sparen of bent u bereid wat meer risico te nemen?

Sparen of beleggen: wat is uw doel?

Wat is het doel van het geld waarmee u wilt sparen of beleggen? Wilt u een reserve opbouwen om financiële tegenvallers mee op te vangen? Dan moet u op een eenvoudige manier bij uw geld kunnen komen. In dat geval is sparen vaak de beste oplossing.

Wilt u sparen of beleggen voor een lange termijndoel? In dat geval levert beleggen vaak meer op dan sparen. Bij uitspraken over beleggen gaat het echter altijd om de algemene tendens. Het ene fonds of aandeel kan harder stijgen -of dalen!- dan het andere. En ook de termijn waarop dit gebeurt, is moeilijk te voorspellen.

Risicobereidheid en rendement

Bij sparen of beleggen speelt uw risicobereidheid daarom een belangrijke rol. Wilt u geen enkel risico lopen? Dan is veilig sparen vaak de beste keuze. Durft u een beetje risico te nemen, dan kunt u beleggen in stabiele producten, zoals bijvoorbeeld staatsobligaties van stabiele landen. Wilt u een hoog rendement, dan zult ontkomt u niet aan meer risicovol beleggen. De kans bestaat dan wel dat u -een deel van- uw investering kwijtraakt. Over het algemeen geldt de stelling: hoe meer kans op een hoog rendement, hoe groter het risico dat u loopt.

Sparen of beleggen en de fiscus

Heeft u meer vrij vermogen dan het drempelbedrag in box 3? Dan kan sparen betekenen dat uw vermogen afneemt in plaats van groeit. De fiscus heft namelijk effectief 1,2 procent vermogensrendementsheffing over het bedrag boven de drempel.

Het drempelbedrag op de peildatum 1 januari 2014 bedraagt € 21.139 per belastingplichtige. Als u de AOW-leeftijd al heeft bereikt, geldt er mogelijk een ouderentoeslag.

Aangezien de spaarrente vaak niet veel hoger is en u mogelijk bankkosten moet betalen, kan dit krimp van uw vermogen betekenen. Wilt u wel rendement halen en heeft u het geld niet op korte termijn nodig, dan kan de vraag sparen of beleggen meestal worden beantwoord met beleggen.

Mogelijkheden in kaart brengen

Wat voor u de beste keuze is, hangt onder meer af van bovenstaande overwegingen. Faijdherbe, Vereijken & Van der Linde kan u helpen bij uw keuze. Door samen uw risicobereidheid in kaart te brengen, vast te stellen hoe hoog uw vrije vermogen is, uw spaardoelen te benoemen en in de tijd te plaatsen, weet u waar u staat en wat uw mogelijkheden zijn.